woensdag 13 februari 2008

Voorwaarden voor een effectieve taalhandeling

Wil een taalhandeling werkelijk wat uitrichten, dan zal er aan een aantal voorwaarden voldaan moeten worden. Dat is makkelijk in te zien bij een belofte: voor een geslaagde belofte moet de belover in staat zijn om het beloofde waar te maken. Bovendien moet degene aan wie hij iets belooft er beter van worden. 'De volgende keer sla ik je een bloedneus, dat beloof ik je' is nu niet bepaald een belofte.
Voor een bevel moet de beveler in een positie van gezag verkeren. Hij moet de autoriteit zijn verleend, of het respect hebben afgedwongen, om het bevel te kunnen geven. Een bijbels voorbeeld is de centurio, die naar Jezus komt (Mt 8). Hij herkent in Jezus iemand met gezag. Daarom kan Jezus door middel van het spreken van een woord zijn slaaf genezen.

Austin noemt als 'voorwaarden voor geslaagdheid' :
a- er moet een procedure bestaan volgens welke de taalhandeling wordt uitgevoerd
b- de procedure moet correct worden gevolgd
c- er moet ernst in het spel zijn (voor bepaalde taalhandelingen, zoals beloven)

Searle somt een hele rij op in Speech Acts.

Wat is de Speech Act Theory? (2)

John Searle heeft na J.L. Austin de theorie verder ontwikkeld. Hij heeft Austins werk meer gesystematiseerd, door te bezien welke verschillende regels er onder onze communicatie liggen, en die proberen te benoemen.
Belangrijk is zijn indeling van de taalhandelingen in vijf verschillende soorten:
(a) assertives
(b) directives
(c) commissives
(d) expressives
(e) declarations
Hierbij zegt Searle: Grofweg doen wij vijf verschillende dingen wanneer wij spreken: (a) We vertellen hoe de werkelijkheid is, doen claims over de werkelijkheid. Bijv. 'de deur staat open'. Dit is een assertive (van to assert, beweren). (b) We proberen dingen gedaan te krijgen. Bijv. 'doe de deur dicht, alsjeblieft'. Dit is een directive (van to direct, besturen). (c) We beloven om dingen te doen. Bijv. 'ik zal zometeen de deur dicht doen'. Dit is een commissive (van to commit, toewijden). (d) We drukken onze gevoelens of onze houding ten opzichte van iets uit. Bijv. 'ik vind het bijzonder naar dat de deur openstaat'. Dit is een expressive (van to express, uitdrukken). (e) We veranderen de dingen door onze woorden. Bijv. 'ik verklaar deze zitting voor geopend'. Dit is een declaration of declarative (van to declare, verklaren).
Verder zegt Searle: deze vijf dingen zijn in te delen in twee verschillende soorten verhoudingen tussen woorden en wereld. Aan de ene kant heb je uitspraken waarbij de woorden bedoeld zijn om de werkelijkheid te weerspiegelen. Dan passen de woorden zich aan de werkelijkheid aan. Vandaar dat dit heet de woorden-naar-wereld-aanpasrichting. Aan de andere kant staan uitspraken waarbij de bedoeling is dat de wereld zich aan de woorden aanpast. Dit heet de wereld-naar-woorden-aanpasrichting. Beloften (commissives) en bevelen (directives) vallen binnen de laatste categorie, bewerende uitspraken (assertives) binnen de eerste categorie.

We kunnen dus met woorden uiteenlopende dingen doen. Belangrijk is om af te vragen: wat doet de spreker nu eigenlijk in zijn woorden? Doet hij een belofte, wil hij zeggen hoe hij de werkelijkheid ziet, of geeft hij een bevel? Voor de interpretatie van teksten is het goed om door te krijgen wat de spreker of schrijver voor handelingen verricht in zijn woorden. Zo ontstaat er beter zicht op de aard en de functie van de tekst.