Wil een taalhandeling werkelijk wat uitrichten, dan zal er aan een aantal voorwaarden voldaan moeten worden. Dat is makkelijk in te zien bij een belofte: voor een geslaagde belofte moet de belover in staat zijn om het beloofde waar te maken. Bovendien moet degene aan wie hij iets belooft er beter van worden. 'De volgende keer sla ik je een bloedneus, dat beloof ik je' is nu niet bepaald een belofte.
Voor een bevel moet de beveler in een positie van gezag verkeren. Hij moet de autoriteit zijn verleend, of het respect hebben afgedwongen, om het bevel te kunnen geven. Een bijbels voorbeeld is de centurio, die naar Jezus komt (Mt 8). Hij herkent in Jezus iemand met gezag. Daarom kan Jezus door middel van het spreken van een woord zijn slaaf genezen.
Austin noemt als 'voorwaarden voor geslaagdheid' :
a- er moet een procedure bestaan volgens welke de taalhandeling wordt uitgevoerd
b- de procedure moet correct worden gevolgd
c- er moet ernst in het spel zijn (voor bepaalde taalhandelingen, zoals beloven)
Searle somt een hele rij op in Speech Acts.