zaterdag 24 mei 2008

Hermeneutiek van self-involvement


Self-involvement houdt in dat de spreker zich in de tekst 'stopt'. Het uitspreken van een belijdenis is zoiets. 'Jezus is Heer' is immers veel meer dan een statement of een waarheidsclaim. De spreker creƫert hiermee een wereld, waarin Jezus Heer is, en wil in die wereld leven. Hij bindt zich aan deze woorden, hij kan erop aangesproken worden.
Omgekeerd kan een tekst ervoor zorgen dat een lezer zich 'involveert' in de standen van zaken van de tekst. Briggs zegt hierover: 'we invest ourselves in the text and in the process we are changed; acted upon by its speech acts.' Als het bijvoorbeeld over vergeving gaat, laat de tekst zien wat de taalhandeling inhoudt, en aan welke condities ervoor moet worden voldaan om een geslaagde taalhandeling te zijn. De tekst is een serie van taalhandelingen die de lezer 'involveert'/erbij betrekt. 'In response, the reader invests herself in the text.' Dit is tevens een oplossing voor het hermeneutisch probleem.
Zie het artikel van Briggs over deze zaken.

donderdag 22 mei 2008

dinsdag 20 mei 2008

Naam geven - een taalhandeling


De taalhandeling van naamgeving is best interessant. De locutionaire handeling van het uiten van de de naam die de ouder uitvoert bij de burgerlijke stand (gaat dat tegenwoordig nog zo, of kun je je kind ook via internet uploaden en burgerlijk laten inloggen?) geldt als de illocutionaire handeling van het geven van de naam. Het effect is dat deze mens nu altijd met zijn of haar naam door het leven zal moeten. Tenzij... deze mens de naam wil laten wijzigen.
Een van de 'entailments' is dat het kind de naam zal accepteren, en zich met die naam ook zal representeren. Ook van anderen wordt gevraagd het kind met deze naam aan te spreken. Zo respecteert men de eigen persoonlijkheid van het kind. Door het een andere naam te geven, kan men de naamdrager kwetsen of complimenteren. Meestal wordt een daarvoor gevoelige naam verbasterd tot een naar woord; het effect is dan kwetsend.
In de Bijbel worden bij de vleet namen gegeven. Vaak dragen zij hier een symbolische waarde. Zij verwijzen vaak naar God. Soms dienen zij ter herinnering aan een belangrijke gebeurtenis, bijvoorbeeld Ikabod = de eer is weggenomen. De mens die onder deze naam opgroeit is het levende en wandelende gedenkteken aan dat historische feit. Denk ook aan de namen die Hosea aan zijn kinderen moest geven: Lo-Ammi (niet Mijn volk), Lo-Rochuma (geen ontferming). Er is echter uitzicht dat deze namen in het positieve tegendeel worden gewijzigd. Namen dragen dus ook een boodschap van God. De naamdrager draagt deze boodschap in de naam met zich mee. Elke keer als de naam wordt genoemd wordt deze boodschap geactualiseerd en uitgedragen, ook al is men zich daar niet altijd van bewust.
Sommige namen dragen een belofte in zich mee: Jozua en Jezus (Jahweh redt), of een claim: 'God is mijn Vader' (Abia). Als naamdrager heb je dan een flinke dobber: zie die naam maar eens waar te maken! Je hele leven is een groot entailment dat de vervulling van de belofte of claim inhoudt. Wanneer je faalt, faalt de taalhandeling van de naamgeving. Deze was in eerste instantie succesvol, maar een goede naam moet zich zichzelf doorzetten.
Verrassend en ook bemoedigend is het om te lezen in Openbaring 2,17: 'Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik van het verborgen manna geven, en ook een wit steentje waarop een nieuwe naam staat die niemand kent, behalve degene die het ontvangt.' Deze nieuwe naam luidt een nieuw tijdperk in. Een ander geval van een nieuwe naamgeving is van Simon in Petrus (Rots) (Mt16,18). Dat was een bevestiging van zijn geloofsuitspraak (vers 16) en tegelijkertijd een opdracht om een Rots te zijn.

Coming to an end


De Thesis is in de fase der afronding gekomen. Dat is goed en dat is jammer. Jammer, omdat het voor mijn gevoel niet helemaal uitgekookt is. Teveel hoofdstuk 2 (weergave van anderen) en te weinig hoofdstuk 3 / 4 (eigen toepassing). Hoofdstuk 4 zal er zelfs wel afgaan. Maar goed, dat kunnen we zeker nog wel voor een andere keer gebruiken. Ik denk niet aan een proefschrift hoor, maar wel aan mogelijkheden om de verbinding tussen speech act theory en bijbelse interpretatie voor mezelf verder te doordenken en uit te werken. Misschien ergens als artikeltje publiceren.
Hoofdstuk 2 heeft nog wat aanvullingen nodig in de sfeer van secundaire literatuur, met name bij de evaluaties die ik geef. Die komen teveel uit eigen wijsheid op.
Hoofdstuk 3 verdient ook nog wat extra aandacht. Het experiment kan uitgewerkter; het gant nog te veel in de beschrijvende sfeer. Moeilijkheid ervaar ik nog wat en hoe de hermeneutiek van de self-involvement met tekstuele effecten te maken heeft. Kernvraag is, hoe de tekst te werk gaat om de lezer involved te krijgen, en welke effecten dit oplevert.