Door Thiseltons werk
New Horizons heen speelt de vraag naar het
(transformerend) effect van de bijbeltekst. Het komt niet overal expliciet aan de orde, maar is wel een grondthema. Met name in de introductie, hoofdstuk 1, 8, 15 en 16 wordt het gethematiseerd. Het is bijvoorbeeld te vinden in de titel van hoofdstuk 1,
Transforming Texts, waar de dubbelheid in zit dat zowel teksten een transformerende werking kunnen hebben op lezers als lezers op teksten.
[1](…)
In hoofdstuk 1 noemt Thiselton de
speech act theory (1) als één van de verklarende modellen van de wijze waarop teksten een ‘creative impact’ op lezers maken.
[2] Er is een variëteit aan manieren waarop teksten, in het bijzonder bijbelse teksten, transformerende effecten kunnen hebben. Andere modellen zijn die van de in een narratieve tekst geprojecteerde
narrative-world (2), het model van het
interpersoonlijk verstaan (3) en het concept van de
verwachtingshorizon (
horizon of expectation) (4).
(…)
In hoofdstuk 8 van
New Horizons blijkt verder dat speech act theory een goede manier is om over (de) transformerende tekst na te denken. Als voorbeeld gelden christologische teksten, met illocutionaire handelingen, waaronder een christologische waarheid ligt (wordt verondersteld). Deze teksten (of de taalhandelingen erin) brengen een transformatie te weeg, die verder gaat dan alleen het historisch publiek: ‘Christological truth constitutes the basis on which, to borrow Recanati’s phrase, there is more than a merely textual or intralinguistic claim to perform acts in speech-utterances like those of actors on a stage;
the acts are effectively performed. They bring about a transformation in the extra-linguistic relationship between the speaker and the audience, and invite the reader to participate in that extra-linguistic transformation and relationship.’
[3]Thiselton bespreekt de twee verschillende correspondentierichtingen. Daarvan gaat de
wereld-naar-woorden-correspondentierichting over het effect van taal op de wereld. Thiselton laat zien dat uitingen met deze richting (vaak) gesteund worden door standen van zaken of uitingen met de andere correspondentierichting. Wat betreft de wereld-naar-woorden-richting, zo schrijft hij in zijn opstel in
The Promise of Hermeneutics, springen twee illocutionaire strekkingen er uit:
belofte en
bevel.
[4] Belofte is daarbij toonaangevend. ‘Finally,
promise provides a paradigm case of
how language can transform the world of reality.’
[5] Bij het besluiten van het genoemde opstel noemt Thiselton
transformatie en
verandering de hoofdelementen van het doel van Gods woord.
[6]Terwijl Thiselton na zijn hoofdstuk over de speech act theory weinig expliciet spreekt over transformatie en effect, stelt hij in de laatste hoofdstukken (15 en 16) van
New Horizons genoemde zaken explicieter aan de orde. Daar behandelt hij tien leesmodellen, die aansluiten bij bepaalde pastorale of lezerssituaties.
[7] Van deze modellen bieden met name het
existentialistische model (a), het
narratieve model (b), het
model van bijbelse symbolen (c), en het
model van speech act theory (d) potentieel voor het denken over transformatie en effect.
(…)
(d) De behandeling van
het model van speech act theory (in hoofdstuk 16) opent Thiselton met een belangrijke opmerking: ‘In speech-act theory … the determinant for the effects which an utterance or written communicative message produces is
the nature of the act which the agent who speaks or writes performs. It has the quality of
directedness which, in Searle and other post-Wittgensteinian theorists denotes the “adverbial” intentionality of the speech-act.
The effects are performative or illocutionary, in a very large class of cases, within the extra-linguistic world. Normally their directedness implies either that they are addressed to a specific situation or that they apply to types or patterns of situation.’
[8] Als voorbeelden worden gegeven: beloften, volmachtigingen, handelingen van vergeving, die alle een bepaald adres veronderstellen.
Thiselton maakt een onderscheid tussen, enerzijds, gevallen van beloften en machtigingen, waar iets op het spel staat in de extra-linguïstische houding en toewijding van de spreker of schrijver; en anderzijds gevallen van gebeden en belijdenissen, waar iets op het spel staat in de extra-linguïstische houding of toewijding van die lezers die participeren in het taalhandelingskarakter van de tekst als taalhandeling.
[9] De lezers participeren in ‘the
count-generated act’. ‘They perceive themselves as
recipients or addressees of directed acts of commitment, or of promise.’
[10]De ene kant wordt duidelijk in dit citaat: ‘In theological terms, readers may perceive themselves as liberated, empowered, authorized, forgiven and loved in the operation of the text.’
[11] De andere kant komt naar voren in de behandeling van een vers uit Psalm 25, vers 2: ‘O God, ik betrouw op U.’ ‘If the words express only the Psalmist’s trust, they reflect a
word-to-world direction of fit; if they commit the reader to an act of trust, they embody a
world-to-word direction of fit. … It functions
as a self-involving illocutionary act, which carries practical consequences for the life and behaviour of the reader.’
[12] Het verschil tussen deze twee mogelijkheden ligt in de capaciteit van dezelfde linguïstische handeling om, naast een
assertive, ook te tellen als een
commissive-expressive handeling, die ook
self-involving consequenties draagt voor het praktische leven.
[13]Wanneer ik de hoofdzaken uit Thiseltons behandeling van de speech act theory met het oog op effect op een rij zet, kom ik tot de volgende punten:
Deze zaken maken wel duidelijk dat het niet gaat om een ‘anything goes’-model: voor effectieve illocuties zijn standen van zaken nodig, zowel bij de schrijver als bij de lezer. ‘Many examples of promise presuppose state of affairs both on the part of a speaker or writer and the addressee. The invitation “Let him who is thirsty come, let him who desire take the water of life without price” (Rev. 22:17) operates as an invitation only if the power to relieve thirst can be exercized, and the addressee perceives himself or herself as being in need.’[14]