dinsdag 11 maart 2008

Actuele gevallen van taalhandelingen

Enkele maatschappelijke en kerkelijke voorbeelden

(1) De zgn. bekentenis van Joran van der Sloot. Is een stoer verhaal dat je onder vier ogen tegen je maat ophangt een bekentenis? Het heeft niet die gerichtheid, niet de kenmerken van een bekentenis. Eén van de voorwaarden voor een bekentenis is dat je je tegenover een persoon bevindt die datgene wat je gaat vertellen niet fijn zal gaan vinden. Vanuit Jorans perspectief is dit niet zo. In de setting van de auto meende hij een Patrick welgevallig verhaal te doen.
Het is wel zo dat het publiek, voor wie de uitzending komt als een verhaal, de woorden van Joran in het verhaal kan tellen als een bekentenis.

(2) Is het recht op vrijheid van meningsuiting hetzelfde als het recht op beledigen? Hier wordt een illocutionaire handeling met een perlocutionaire verwisseld. Mening uiten valt onder de illocutionaire groep van assertives (een claim over de waarheid doen) of expressives (uitdrukking geven aan een gevoel of houding). Beledigen kan men niet als illocutionaire handeling zien. Een goede test of iets een illocutie is, is of je het expliciet kunt maken. Bij een meningsuiting kan dat. Je kunt impliciet je mening uiten ('volgens mij is het zo dat ...'), maar ook expliciet: 'het is mijn mening dat...'. Bij beledigen kun je niet zeggen: 'ik beledig jou'. Je kunt wel een waarheidsclaim over die ander doen ('je ziet er uit als een aap') en daarmee die persoon beledigen. Het effect van je waarheidsclaim is dat je iemand beledigt. Dus beledigen is een perlocutionaire handeling.
Of iemand beledigd raakt, hangt in ieder geval voor een deel af van de ontvanger. De garantie voor effect ligt noch geheel aan de kant van de zender, noch geheel aan de kant van de ontvanger. Belangrijk aan de kant van de zender is zijn intentie. Die moet echter wel aangetoond of nader toegelicht kunnen worden, eventueel op goede gronden ontkend kunnen worden. Een gewichtgevend aspect aan de kant van de ontvanger is diens gevoeligheid. De zender zou hier op z'n minst rekening mee kunnen houden.

(3) Is het mogelijk dat de paus uitspraken die in het verleden zijn gedaan ongedaan kan maken? Ik moet denken aan een opheffen van de ban op Maarten Luther, of herroeping van de uitspraken van Trente, waar het anathema ('vervloekt') over bepaalde mensen wordt uitgesproken (zie artikel RD). Voorwaarde hiervoor is dat de persoon hiervoor zich in een positie van gezag bevindt. In het geval van de paus lijkt me dit wel gegarandeerd. Maar kan dat zomaar?
'Overigens is het vrijwel onmogelijk om de ban ongedaan te maken. Als de paus dat zou doen, zet hij feitelijk zijn eigen functie op het spel. Luther wilde immers graag van de paus en het concilie af.' (prof. dr. P. Nissen in RD van 7 maart 2008)
Het blijkt in de praktijk lastig te zijn om uitspraken in het verleden effectief te herroepen. Bovendien, de effecten die die uitspraken destijds hebben veroorzaakt, opgeroepen en uitgelokt (de perlocutionaire effecten van de illocutionaire handelingen), kun je niet simpelweg ongedaan maken. Wij wensen de paus veel wijsheid in zijn beslissing...

Geen opmerkingen: